Schrijf.Maks

begin  biografie  manuscripten  korte verhalen 

columns  Vruchtbare Aarde  eigen beheer uitgave   inspiratie 

boek.blik  English stories  citaten  links  fotoboek galerie

De stand van zaken op december 2011

Afgelopen zomer heb ik het oorlogsdagboek van mijn grootmoeder, Mies Maks- Verschuur uitgetypt, het is een interessant verhaal dat ik voor de familie samen met een gedichtenbundeltje in Eigen Beheer uitgeef.

Daarnaast schrijf ik momenteel een fictieve historische roman over mijn eigen familie Maks, die eind 18e eeuw begint. Johan (Jan David) Auf der Masch kwam als Hollandgänger in Amsterdam aan. Tegen de achtergrond van de woelige stad Amsterdam beschrijf ik de beroepen van zijn zonen en kleinzonen in de lijn die uiteindelijk uitkomt bij mijn grootvader Gijsbertus Maks, makelaar in tabak. Zijn vader was aannemer en diens vader was tapper van beroep, hij had een achterneef, Kees Maks, de kunstschilder. Mijn grootmoeder was voor haar huwelijk operazangeres, haar vader was handelaar in edelstenen, haar grootvader de schrijver en journalist: Justus van Maurik. Kortom hier is heel veel over te vertellen.

momenteel klaar in eerste versie:

In het land van 't lopend licht

Na een lang en veelbewogen leven sterft Frans Maris, zijn beide dochters Alma en Amór hebben er vrede mee. In de week tussen Frans' dood en zijn crematie ontdekt Alma het grote geheim dat haar vader zijn hele leven met zich meedroeg. In de jaren veertig na de oorlog woonde hij met Aurora in een Spaans bergdorpje en met haar kreeg hij een zoon. Joa. Amór, die bezig is zich te ontdoen van haar eigen geheim gaat naar New York en ontmoet de liefde van haar leven, terwijl Alma op zoek gaat naar haar halfbroer. Ze hoopt een stukje van haar vader terug te vinden in haar broer, maar ze ontmoet een verzuurd en ontgoocheld man.

 

momenteel klaar in publicabele versie, maar afgewezen:

De Zucht van de Moor
Dit verhaal schreef ik tijdens de Schrijf Marathon in februari 2008, een initiatief van de website-forum Zinniger Zinnen.

Wat hebben een geschiedenisleraar in relatiecrisis en de laatste sultan van Granada met elkaar gemeen?

Tijdens zijn vakantie in Andalusië krijgt Hessel een obscure drug in handen, een paar druppels brengen hem ruim vijf eeuwen terug in het verleden. Die had hij nooit moeten nemen, maar de negatieve energie tussen hem en zijn vriendin Hanna en zijn fascinatie voor het het Arabische Andalusië waarin de reconquista speelt, breekt zijn verzet. Een uitstapje terug in de tijd lokt hem zelfs aan. Zonder enig besef welk risico hij neemt, zet hij zijn gezondheid en zijn relatie op het spel. Want na die eerste reis terug volgen er meer.

Hessels fascinatie verandert in obsessie als hij tijdens deze hallucinaties de laatste sultan, Boabdil en zijn geliefde vrouw Morayma ontmoet en met hen in gesprek raakt. Hij is aanwezig bij de overgave van Granada aan Isabella en Ferdinand, de katholieke koningen in het Alhambra, en op tal van andere plaatsen die een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van Al-Andalus.

Intussen weet Hanna niets van de tijdreizen die haar vriend stiekem maakt, maar merkt op dat hij verandert. Ze bereikt hem niet meer. Wanneer Hessels heden en verleden steeds meer door elkaar beginnen te lopen en hij de uitputting nabij is, begrijpt hij dat het om iets heel anders gaat.

De zucht van de Moor berust op Andalusische legendes. Het gaat over een moderne relatie, een onverwerkte jeugd en Hessels ontdekking dat iedere mens, door de eeuwen heen, ondanks religie en tijd dezelfde behoeften heeft.

 

momenteel klaar in een niet weet hoe verder versie:

Het witte dorp - jeugdserie vanaf tien jaar

Deel 1 - de man in de zwarte cape
Twaalfjarige Jolly woont met zijn ouders, Ralf en Martje, in een wit bergdorp in de Sierra Nevada in Zuid-Spanje. Hij is erg ziek en zal dood gaan als hij geen nieuw hart krijgt. Voor de harttransplantatie moet hij naar Nederland. Tijdens zijn ziekte houdt Jolly zich bezig met de dood,die hij ziet als een man zonder gezicht in een zwarte cape op een motor. Zodra hij na de operatie opknapt is hij zich bewust van de donor, een jongen stierf en dankzij hem kan Jolly blijven leven. In zijn fantasie ontmoet hij de jongen, die hij Paul noemt. Tot hij echt beter wordt, de dood en de donor verdwijnen steeds meer uit zijn gedachten. Jolly gaat zich richten op zijn eigen leven. Hij komt weer thuis in het witte dorp en ontmoet als eerste zijn trouwe vrienden Rafael en Alba, die we ook in het eerste hoofdstuk tegenkwamen.

Deel 2 - naar het zuiden
Het tweede deel gaat verder met Alba en de honden van Maria. Alba komt dagelijks bij Maria, een oude danseres met drie honden, Noys, Ramona en Popov. Ze is erg ziek en Alba wandelt graag met haar honden. Op een dag is Maria met de honden opgehaald door haar zoon en naar Madrid gebracht, ruim 400 kilometer noordelijker van het witte dorp in de Sierra Nevada. De honden zijn daar niet gelukkig. Ze krijgen hun vrouwtje nooit meer te zien. Op een dag staat de tuindeur op een kier en ze ontsnappen. Terug naar huis. De honden maken van alles mee, komen bij een herder terecht, waar ze een poosje blijven. Dan herinnert Noys zich ineens het witte dorp weer. Het doel van haar reis en ze gaan weer op pad. Ruim een half jaar later, Jolly is weer gezond terug en Alba is de drie honden al bijna vergeten, loopt er een zwarte schim langs de weg.

Deel 3 en 4 zitten in de pen.

 

momenteel klaar als broddellapje, maar ik heb een idee:

Luchtwortels:
Deze tuinthriller begon ik in 2004 te schrijven. Tot op heden heb ik er nog geen uitgever voor weten te interesseren.

Voor liefhebbers van tuinen en een spannend verhaal.

Citaat: "Daar hangt ze dan vlak naast die rare, houtige gedrochten van wortels alsof ze één van hen is. Meteen moet ze denken aan pa's bizarre fantasieën. 'Het zijn net kinderen, die met vergroeide ruggetjes op het droge trachten te klauteren.' Hij had gelijk gehad. Er waren mensen vlakbij in de ijskelder gestorven en daar verdroogd tot mummies. Zij hadden nooit de kans gekregen aan hun eigen dood te ontsnappen. Roos wel. Nu ze weet waar ze is voelt ze pa's nabijheid opeens heel sterk. Hier, op deze plek had ze immers vijfentwintig jaar geleden tussen de luchtwortels zijn as uitgestrooid."

In Roos Bloemendaals jeugd was haar vader tuinman op het landgoed Vaart en Vecht nabij Breukelen. Ze is dertien als ze hem op een dag dood in de broeikas vindt en na zijn crematie diens as tussen de luchtwortels van de moerascipres op het landgoed uitstrooit. Dat is haar grote geheim, net als de overtuiging dat haar vader vermoord werd door de baron, al ontbreekt daarvan ieder bewijs.

Vijfentwintig jaar later, anno 2000, heeft een projectontwikkelaar zes appartementen gebouwd op het landgoed. Roos komt in dienst als tuinman van de nieuwe bewoners. Terug in de tuin van haar jeugd begint ze haar vaders dood te verwerken, gesteunt door Fleur, haar levensgezellin en rots in de branding.

De elf bewoners, de Vaart en Vechters, willen graag een tuin, zonder er zelf iets in te hoeven doen en zijn vooral met zichzelf bezig. Ongewild raakt Roos steeds meer bij hun levens betrokken.

Marjet Maks

unique visitor counter