Beneden in de vallei barst de hel los, een oorverdovend vuurwerk van honderdklappers. Witte wolkjes zweven in de blauwe lucht als trossen ballonnen, die vervolgens in een nevel van kruitdamp in de vallei neerdalen. We vieren de afsluiting van het laatste oogstfeest; het grootste, luidste, langste en indrukwekkendste feest in de hoofdplaats van onze vallei.
De zwarte madonna, een overblijfsel van de Arabieren die hier vijf eeuwen geleden huisden, wordt rondgedragen door dertig mannen in drie rijen van tien. Hun bezwete boerenkoppen gaan mee op de cadans van de langzame beweging. Dorpelingen en omwonenden volgen, de mannen met schoongeboende gezichten, de vrouwen modern gekapt, in haut-couture en op stilettohakken. Huilende baby's op moeders arm of in kinderwagens. Die baby's benijd ik niet. Maar dit is Andalusië en daar gaat alles met een paar decibellen teveel, ze weten niet anders. Spanje heeft meer feesten dan dorpen, wordt wel eens gezegd. Feesten waar de katholieke folklore nog hoogtij viert.
Ons dorp heeft twee patroonheiligen, San Marcos, die in april wordt herdacht en de Christus van het heilige licht in september.
San Marcos is een vrolijk feest dat in het teken van eten staat, de goede gaven van het land. We eten vetspek en rauwe tuinbonen bij de kerk en op houtvuren koken de vrouwen in dertig grote kookpotten, de zogenaamde ollas, een dikke soep. Die is vergelijkbaar met erwtensoep op basis van varkensvlees, vetspek, kikkererwten, uien en aardappelen, maar ook veel eetbaars van het land, zoals de stelen van de kardoen, distel- en paardenbloemenblad, bossen verse venkel en nog zo wat.
Tijdens zo'n feest verdubbeld de populatie van het dorp. Leuk om te zien hoe het familiegevoel nog sterk leeft en de kinderen en kleinkinderen uit de stad hun ouders bezoeken. De rituelen worden jaar in jaar uit herhaald, dus slaan wij wel eens een feestje over. We zijn niet zo van varkensvlees, rauwe tuinbonen daarentegen, zijn niet te versmaden.
In september vieren we het feest van Christus van het heilige licht. Een waardig feest dat 's morgens om negen uur met knallend vuurwerk en een opgewekte fanfare begint. 's Avonds mag Christus, met zijn kapotte knieën en bebloede hoofd, na de heilige mis de kerk verlaten. Op een door gladiolen en chrysanten versierde baar wordt hij door de straatjes van het dorp rondgedragen door de sterke mannen. De kerkklokken beieren, de schemer verandert in duisternis, de fanfare blaast sombere muziek, de priester volgt devoot. De vrouwen gaan blootsvoets en ontsteken druipkaarsen. Ruim twee uur later is het donker en het dorp sprookjesachtig verlicht door kaarsen en een enkele lantaarn. Het is doodstil als het klokkengebeier verstomd. Honderden mensen begeleiden Christus terug naar de kerk waarin hij voor weer een jaar wordt opgesloten. Tegelijkertijd barst een werkelijk schitterend siervuurwerk los en tegen die tijd staat het kippenvel echt wel op mijn armen.
Het zijn die contrasten in dit land, die het leven hier zo bijzonder maken.
Na de zwaarmoedigheid van de processie gaan de voetjes van de vloer. Tot in de vroege ochtend klinken de synthesizertonen door de nacht van vrolijke pasodobles en samba's. De kinderen joelen op de sportplaats naast het dorpshuis.
Pas tijdens het ontbijt de volgende morgen op ons terras in de zon, genieten we weer van de weldadige rust.
Allerheiligen, Allerzielen, Halloween, nieuwe aanleiding tot feesten en het afsteken van nog vergeten vuurwerk. De vroeg ochtendknallen herinneren ons aan de gepofte tamme kastanjes en de rijkelijk vloeiende glaasjes anissette, vanavond.
Dit jaar gaan de mannen gezamenlijk eetbare paddestoelen zoeken in de bergen en leven de vrouwen zich uit op tal van gerechten met oesterzwammen en champignons.
De volgende feesten zijn in aantocht: kerstmis en oud en nieuw. Die viert men hier in huiselijke kring, een mis, een kerstdiner en op oudejaarsavond televisie. Om twaalf uur gaan we met een tros druiven naar de kerk. Bij iedere klokslag steken we een druif in onze mond en doen een wens.
Dit keer geen vuurwerk, dat hebben we al gehad. Gelukkig.